Hoe gaat het met de kinderen?

In Nederland wonen bijna 2,5 miljoen kinderen die jonger zijn dan 12 jaar. Groeien zij op met broertjes en zusjes? Gaan zij naar de kinderopvang? Wat doen kinderen in hun vrije tijd? Zijn zij gezond?

Gezinssituatie

De meeste kinderen groeien op in een gezin met twee ouders. Zo’n 97 procent van de kleintjes tussen de 0 en de 4 jaar woont met twee ouders. Van de kinderen tussen de 4 en de 12 jaar is dat 91 procent.

De meeste kinderen van 8 tot en met 12 jaar maken deel uit van een gezin met ouders en één broer of zus. Het aantal kinderen met twee ouders en twee of meer broers en/of zussen is nauwelijks kleiner. Slechts zes procent van de kinderen is enig kind in een gezin met twee ouders.

8- tot en met 12-jarigen naar aantal ouders en broers/zussen, 2002

8- tot en met 12-jarigen naar aantal ouders en broers/zussen, 2002

Steeds meer kinderen worden een deel van de week opgevangen omdat beide ouders werken. Voor 61 procent van de baby’s wordt gebruik gemaakt van kinderopvang, zoals een kinderdagverblijf of een oppas. Voor vier van de vijf kinderen van 2 en 3 jaar is kinderopvang geregeld. Op deze leeftijd gaan veel kinderen naar de peuterspeelzaal. Het gebruik van kinderopvang neemt af wanneer kinderen naar school gaan. Een op de vijftien kinderen tussen de 4 en de 12 jaar gaat naar de buitenschoolse opvang.

Vroeg naar school

Hoewel kinderen pas op vijfjarige leeftijd verplicht zijn naar school te gaan, begint 98 procent al op vierjarige leeftijd. In het schooljaar 2002/’03 gingen ruim 1,5 miljoen kinderen naar de basisschool.

Sommige kinderen hebben door hun achtergrond meer aandacht nodig op school. Zij worden achterstandsleerlingen genoemd. Het aandeel achterstandsleerlingen is sinds 1997 afgenomen van 37 procent tot 26 procent in 2003. Deze afname is uitsluitend toe te schrijven aan de daling van het aantal Nederlandse leerlingen van laagopgeleide ouders.

Veel sporten

Buiten schooltijd is tweederde van de kinderen actief in verenigingsverband. Sporten is een favoriete bezigheid van kinderen: 85 procent van de kinderen tussen de 4 en de 12 jaar doet minstens een uur per week aan sport. Verder is de televisie is een belangrijke invulling van de vrije tijd. Zes van de tien kinderen tussen de 4 en de 12 jaar kijken tien uur of meer per week naar de televisie.

Jongetjes vaker dyslectisch

Gedurende de eerste vier levensjaren bezoeken negen van de tien baby’s en peuters regelmatig het consultatiebureau. Veel voorkomende langdurige aandoeningen onder kinderen zijn astma en eczeem.

Kinderen tussen 7 en de 12 jaar met dyslexie, 2001/2002

Kinderen tussen 7 en de 12 jaar met dyslexie, 2001/2002

Zo’n 4 procent van de kinderen van 7 en 8 jaar heeft last van woordblindheid of dyslexie. Bij kinderen tussen 9 en 12 jaar is dat 7 procent. Jongens zijn bijna twee keer zo vaak dyslectisch als meisjes.

Hyperactief gedrag (ADHD) komt voor bij bijna 5 procent van de kinderen tussen de 2 en de 12 jaar.

Mirjam van Baal en Anita Botterweck

Bron: StatLine

Jeugd 2003, cijfers en feiten